Praktijkproeven doorzaaien van blijvend grasland_zuivelnl

Nieuws

Praktijkproeven doorzaaien van blijvend grasland

Gepubliceerd op
19 juli 2019

Op Dairy Campus wordt voor het vierde jaar op rij een veldonderzoek uitgevoerd om vast te stellen of doorzaaien een geschikte maatregel is om herinzaai van grasland uit te stellen of zelfs te voorkomen. Dit onderzoek maakt onderdeel uit van de PPS Ruwvoerproductie en bodemkwaliteit.

Het onderzoek vindt plaats op twee percelen met een slechte botanische samenstelling, twee percelen met een matige botanische samenstelling en een perceel met een goede botanische samenstelling. Alle vijf de percelen liggen op kleigrond, waarvan drie op Dairy Campus en twee bij een melkveehouder in de buurt. Het onderzoek loopt nu voor het vierde jaar op rij. De afgelopen drie jaar zijn op ieder perceel verschillende proefveldjes aangelegd  Het doel hiervan is om op de slechte en matige percelen het aandeel Engels raaigras te verhogen en op het perceel  met een goede botanische samenstelling het aandeel Engels raaigras op peil te houden. In deze proef wordt onder andere het effect van eenmalig versus regelmatig doorzaaien onderzocht.

Informatie verzamelen op het veld

Het doorzaaien is de afgelopen jaren uitgevoerd na spuiten en eggen van veldjes of na alleen eggen. Door te kiezen voor twee methoden blijkt of alleen eggen voldoende is om doorzaai te laten slagen of dat aanvullende maatregelen wenselijk zijn. In 2019 is de proef op Dairy Campus wederom gestart met het  in kaart brengen van de botanische samenstelling van de 90 veldjes. Op basis daarvan kan beoordeeld worden in hoeverre de doorzaai in vorige jaren het aandeel Engels raaigras verhoogd heeft. De eerste en tweede snede zijn inmiddels geoogst. Van elke snede wordt de droge stofopbrengst bepaald. Daarna zal in september voor de tweede keer de botanische samenstelling van de veldjes in kaart gebracht worden. Half september wordt gestart met het de voorbereidingen van het doorzaaien op een aantal veldjes, waarbij een aantal veldjes worden gespoten en geëgd en een aantal veldjes alleen geëgd. De veldjes die niet worden doorgezaaid en krijgen nog een laatste KAS-bemesting voor een 5e snede. Eind oktober worden op alle veldjes de opgekomen kiemplantjes geteld.

Deze verzamelde informatie zal bijdragen aan nieuwe kennis en ervaringen op het gebied van effectiviteit van doorzaaien zowel korte als de lange termijn.