Toedienen dierlijke mest op grasland

Nieuws

Rijenbemesting met dierlijke mest bewijst zichzelf opnieuw

Gepubliceerd op
8 april 2013

Snijmaïs is in een vroeg stadium gevoelig voor fosfaatgebrek. Daarbij is fosfaat weinig mobiel en is plaatsing direct bij de wortels van groot belang, vooral in droge en/of koude voorjaren. Ook wordt de ruimte voor kunstmestfosfaat steeds beperkter. Het nieuwe fosfaatadvies voor snijmaïs uit 2011 (zie tabel 3.7 in adviesbasis bemesting) van de Commissie Bemesting Grasland en Voedergewassen (CBGV) laat zien dat bij toediening in de rij veel lagere giften mogelijk zijn dan bij volveldse toediening. Praktijkonderzoek uit 2012 toont aan dat rijenbemesting met drijfmest goede resultaten geeft.

Snijmaïs is in een vroeg stadium gevoelig voor fosfaatgebrek. Vanaf de opmars van de maïsteelt sinds de jaren 70 van de vorige eeuw, is het daarom jarenlang gebruikelijk geweest om tijdens het zaaien naast het zaad wat kunstmest-fosfaat te plaatsen (‘rijenbemesting’). Op die manier werd voorkomen dat opbrengst gemist werd door fosfaatgebrek. Vooral in droge en/of koude voorjaren is dit van belang. Maar tegenwoordig beperkt het gebruik van kunstmest de resterende ruimte voor telers om dierlijke mest op eigen land uit te kunnen rijden. Dat kan betekenen dat zij de mest tegen hoge kosten moeten afvoeren. Hoe moet je als teler de fosfaatvoorziening van maïs toch veilig stellen? Uit een veldproef van Wageningen UR is in 2012 opnieuw gebleken dat ook dierlijke mest prima als rijenbemesting kan dienen: niet door mest na zaai naast het zaad te injecteren, maar door maïs naast de eerder geïnjecteerde mest te zaaien (zie ook onderstaande tabel ). Door registratie van de mestsleuven met behulp van RTK-GPS, hoeven bemesting en zaaien niet langer in één werkgang plaats te vinden. Dit vergemakkelijkt de spreiding van werkzaamheden.

Drogestofopbrengst van snijmaïs (ton DS/ha) in relatie tot de gift en wijze van drijfmesttoediening (bron: Vermeulen et al., 2012 (Wageningen UR))

Verschil in bemestingsadvies eerste snede grasland N-gift (voorbeeld)
Drijfmestgift (m3/ha) Toedieningswijze Snijmaïsopbrengst (ton DS/ha)
0 n.v.t. 17,2
15 Volveldse injectie vóór de zaai 17,7
15 Zaai naast eerder geïnjecteerde mest* 19,3
30 Volveldse injectie vóór de zaai 20,3
30 Zaai naast eerder geïnjecteerde mest* 22,5

 *injectie in sleuven met tussenruimte van 75 cm

Meer informatie bij Bert Philipsen of Jaap Schroder.

logo-bemestingsadvies-regel.gif

De Commissie Bemesting Grasland en Voedergewassen is een initiatief van LTO-Nederland. Het Productschap Zuivel financiert de activiteiten van de commissie. De commissie draagt er zorg voor dat er een onafhankelijk bemestingsadvies voor iedereen beschikbaar is.